Sterilisatie van de vrouw

Laparoscopische sterilisatie

Laparoscopische sterilisatie:

De gynaecoloog brengt in de navel een dunne holle naald in de buikholte. Hierdoorheen wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik om de eileiders te kunnen zien. De gynaecoloog brengt via een sneetje van één centimeter in de navel een kijkbuis in de buik. Via een tweede sneetje van ongeveer één centimeter wordt een instrument ingebracht waarmee de gynaecoloog de sterilisatie uitvoert. Soms wordt nog een derde sneetje in de buik gemaakt om een extra instrument in de buik te brengen, waardoor de operatie makkelijker uitgevoerd kan worden. Het afsluiten van de eileiders kan op verschillende manieren gebeuren: de eileider kan worden dichtgebrand of afgeklemd met een klemmetje of ringetje. De ingreep gebeurt meestal in dagbehandeling onder narcose en duurt ongeveer 30 minuten. U wordt meestal ’s ochtends opgenomen en kunt dan ’s middags weer naar huis. Na een laparoscopische sterilisatie kan bij 2 tot 5 van de 1000 gesteriliseerde vrouwen toch nog een zwangerschap ontstaan.
Uitgebreidere informatie over een kijkbuisoperatie kunt u vinden in de folder 'de laparoscopische operatie’ van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en in onderstaande folder over de laparoscopische sterilisatie.
 
Bron illustratie: NVOG