Prenatale screening en diagnostiek

De combinatietest

Naarmate de leeftijd van een zwangere vrouw hoger is, neemt de kans op het krijgen van een kind met Downsyndroom (en ook de kans op het krijgen van een kind met Edwards –en Patausyndroom) toe.

U kunt ervoor kiezen om de specifieke kans op deze aandoeningen voor uw kind te laten onderzoeken. Deze kansberekening is de combinatietest. Aan de hand van de uitslagen van bloedonderzoek en een echo-onderzoek (de zogenaamde nekplooimeting) wordt onderzocht of er een verhoogde kans is dat uw ongeboren kind het down-, edwards- of patausyndroom heeft. De combinatietest wordt gedaan tussen de 11e en 14e week van de zwangerschap.

Van een verhoogde kansuitslag is sprake wanneer de kans hoger is dan 1:200. Dat wil zeggen dat van elke 200 zwangere vrouwen op het moment van het onderzoek er één vrouw zwanger is van een kind met downsyndroom en 199 vrouwen zwanger zijn van een kind zonder downsyndroom. De combinatietest brengt geen risico’s van een miskraam met zich mee.

Als er sprake is van een verhoogde kans kan gekozen worden voor vervolgonderzoek. Zie voor meer informatie de folder van de NVOG over prenatale screening en diagnostiek en de website over NIPT.

In 2014 wordt voor zwangere vrouwen jonger dan 36 jaar wordt de combinatietest niet vergoed, tenzij er een medische indicatie voor prenatale diagnostiek bestaat. De combinatietest wordt in 2014 vergoed voor vrouwen van 36 en ouder. Vanaf 2015 wordt de combinatie test niet meer vergoed, ook niet voor vrouwen die 36 jaar of ouder zijn, tenzij er een medische indicatie is.