Prenatale screening

Combinatietest en NIPT

Bij de screening op down-, edwards- en patausyndroom kan de zwangere kiezen voor de combinatietest of de niet-invasieve prenatale test (NIPT).

Binnen dit programma zijn landelijke kwaliteitseisen vastgesteld voor de screeningstesten: deze vindt u hier.


De combinatietest

Welke techniek wordt gebruikt?

De combinatietest bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:

  • een bloedonderzoek bij de zwangere in de periode van week 9+0 t/m week 14+1 van de zwangerschap
  • een nekplooimeting (NT) via een echo bij het kind bij een CRL van 45-84 mm (doorgaans passend bij een zwangerschapsduur van week 11+2 t/m week 14+1, de CRL is leidend).

Bij het bloedonderzoek wordt bloed afgenomen en onderzocht in een laboratorium. Een NT-meting vindt plaats via een echo. Bij dit onderzoek wordt de dikte van de ‘nekplooi’ (nuchal translucency-NT) gemeten.

Lees meer over de combinatietest


De NIPT

De niet-invasieve prenatale test (NIPT) wordt per 1 april 2017 als eerste screeningstest aangeboden in het kader van een wetenschappelijke implementatiestudie: TRIDENT-2. Dit betekent dat de zwangere alléén kan kiezen voor de NIPT als ze meedoet aan de studie.  De combinatietest blijft tijdens TRIDENT-2 ook beschikbaar. TRIDENT-2 is een vervolg op TRIDENT-1, maar geen vervanging daarvan. TRIDENT-1 en TRIDENT-2 zullen voorlopig naast elkaar bestaan. De resultaten worden na afloop van de studies gebruikt om advies te geven over de verdere invoering van de NIPT in Nederland.

Welke techniek wordt gebruikt?

Bij de NIPT wordt bloed afgenomen bij de zwangere. Het bloed wordt onderzocht in een laboratorium om te kijken of er bij de foetus aanwijzingen zijn voor down-, edwards- of patausyndroom.

Lees meer over de NIPT

Bronvermelding RIVM

http://www.rivm.nl/Onderwerpen/P/down_edwards_patau_en_SEO/Combinatietest_en_NIPT